met Canon Eos 5 spiegelreflex

Waarom sneeuwfoto's vaak te donker worden.                                            24.01

 

Je ziet ze weer overal voorbijkomen: foto's van grijze in plaats van witte sneeuw. Hoe kan dat?

Je camera kan niet 'weten' dat de werkelijkheid ineens veel lichter is dan normaal. Hij is geprogrammeerd op een gemiddelde lichtsterkte (65% grijs) en past wat er te zien is daaraan aan. Dus je camera maakt die sneeuw net zo donker als-ie gewend is van alle andere plaatjes met gebouwen, natuur, mensen enz.
Hoe los je dat op?
Gelukkig zijn er tegenwoordig makkelijke bewerkingen op telefooncamera's om je plaatje wat lichter te maken achteraf.
Maar wil je meteen een goede opname maken, dan moet je over-belichten.
Dat klinkt heel onlogisch: iets dat licht is, overbelichten.
Toch is dat wat er gebeuren moet: er moet langer licht op je onderwerp vallen (of door een grotere lensopening) om al dat wit voldoende uit te lichten.

Ik heb nog altijd een 'grijskaart': een kartonnen A4-tje in precies die kleur grijs (65%) waarop camera's zijn ingesteld. Als je daarop je belichting instelt, misleid je de camera als het ware en gebruik je de instellingen voor dat grijs nu voor je sneeuw-onderwerp en daarmee komt het precies goed.
 

Een eenvoudige noodoplossing zonder grijskaart: richt je camera op een donkerder vlak dan de sneeuw (wel met dezelfde afstand i.v.m. de scherpte), houd deze instelling vast, richt 'm daarna op de sneeuw en druk af.

met I-phone

portretten maken met een onscherpe achtergrond

Om een gezicht mooi uit te laten komen, kan je de achtergrond onscherp maken.
Onscherpte kan sowieso ontzettend mooi zijn, zeker als de lichtval bijzonder is.
Het doet een beetje denken aan het impressionisme in de schilderkunst.
Bij een spiegelreflex-camera bereik je die onscherpte door een groot diafragma te kiezen (tussen f/2.8 en f/4) en scherp te stellen op de voorgrond: het gezicht.

 

Toen ik een I-phone kocht, vanwege de goede camera, was ik heel blij met de portret-stand. Daarbij wordt het effect van een groot diafragma nagebootst: een scherp gezicht tegen een onscherpe achtergrond.

 

Eigenlijk dacht ik dat het verschil in scherpte en onscherpte tot stand kwam door een meting van de afstanden, net als bij een gewone camera. En daardoor een scheiding tussen voor- en achtergrond.
Maar het blijkt een ander trucje dat in deze foto met de takken niet blijkt te volstaan. Er wordt een inschatting gemaakt van wat er bij elkaar hoort.... en dat blijkt niet helemaal te kloppen. Voor- en achtergrond worden op diverse plaatsen verward: ruimtes tussen de takken zijn per ongeluk scherp en stukjes van de takken zelf zijn juist onscherp.

 

Kennelijk zijn het bezit van een professionele camera en vakkennis nog niet helemaal overbodig...